in de hut van Baba Yaga

Hier in het donkere bos is een doorgang naar een Andere Wereld, een plek waar schaduwen aangeraakt kunnen worden en tastbare dingen doorzichtig zijn. Een plek waar het rationele en het mythische elkaar raken. Hier woont Baba Yaga.

 

Vóór je haar ziet, hoor je in je dromen misschien al een tijdje voetstappen. Of het schurken van een wild dier tegen je bed. Of kakelend gelach in de verte. En ineens staat ze daar, midden in de nacht. Meestal ontmoet je haar als je het moeilijk hebt, wanneer je ziek bent, je verstoten of verlaten voelt, wanneer alles verloren lijkt of wanneer je een overgang doormaakt. Vrouwen kennen haar, ook al weten ze het misschien niet. Ze zit in ons bloed, in onze genen. Baba Yaga, de oude wilde heks in het bos. Ze draagt ook andere namen: de Crone, de Cailleach, Skadi of Vrouw Holle. Ze is niet de heks van Hans en Grietje, of van Doornroosje. Nee, ze is veel meer dat dat. Ze is de oude wilde moeder van voor onze tijd.

 

Sprookjes, zeg je? Sprookjes zijn oude verhalen met nog oudere wijsheid. Je moet soms goed graven om in de hedendaagse zoetsappige versies hun oorspronkelijke vorm terug te vinden, maar graaf diep en je vindt ze. Sprookjes zijn van origine geen lieve bedtijdverhaaltjes, maar verhalen om je wakker te schudden, je ogen te openen, je raad en licht te geven, om je pad te vinden in het donkere bos waar je soms doorheen moet.

 

Eng? Ja, natuurlijk is dat eng. Je moet maar durven om bij haar rond de tafel te gaan zitten, met alle gaten in je kleren en heel je geschrokken leven. Je moet maar durven om haar thee te drinken en haar recht in de ogen te kijken terwijl je je hart in je handen houdt en je ingewanden bloeden van angst. En toch. Je doet het. Omdat je weet dat het moet.

 

Baba Yaga is niet makkelijk, o nee. Soms lacht ze je vierkant uit. Soms gooit ze je, zonder pardon, in haar haard. Vaak is ze veeleisend en lastig en tergend. Dan weer is ze welwillend, meelevend en troostend. Ze daagt je uit, laat je van vorm veranderen, laat je zien wat er toe doet en wat niet. Ze geeft je, als je geluk hebt, een schedel met een fel vuur erin, waarmee je waarheid kunt zien achter leugens. Ze is de bewaardster van oude wijsheid, de hoedster van ons innerlijk vuur.

 

Dus wanneer je moed zoekt om verder te kunnen of om juist stil te blijven staan, om donkere dingen onder ogen te zien en en je botten of huid terug te vinden, moed om heel te zijn en moed om stuk te zijn, loop dan niet om dat donkere bos heen, maar loop er in. Blijf zoeken tot je haar vindt. Of wanneer ze plots naast je bed staat in het midden van de nacht, kijk haar recht in de ogen. Ze is hier voor jou. Enge dingen gaan niet weg door om ze heen te lopen of te negeren. Angstige dingen zijn er als bondgenoot.

 

Mos en hars is ze, mycelium en zeewier. De aarde zelf is ze, die je roept: kom thuis. Herinner je wie je bent. Gebruik je intuïtie, die ongrijpbare, magische kracht die iedere vrouw heeft, soms wat roestig, soms niet gezien, maar het is er. In jezelf.

 

De Yaga is in jou, is een deel van jou, dus waarom zou je bang zijn?

Waarom zou je het niet wagen?

 

Een Baba Yaga verhaal

Er was eens een jonge moeder die op sterven lag. Haar jonge dochter Vasalisa en haar man zaten dichtbij haar bed. De moeder pakte Vasalisa haar hand en ze fluisterde met haar laatste adem: 'Ik heb iets voor je gemaakt, lieve dochter', en ze haalde van onder de deken een klein popje te voorschijn, dat er precies zo uitzag als Vasalisa: ze droeg een wit schortje, rode laarsjes, een zwart rokje en een vestje helemaal geborduurd met gekleurd garen. Ze zei er ook nog bij: 'Mocht je ooit verdwalen of hulp nodig hebben, vraag dit popje dan wat je moet doen. Dan zul je geholpen worden. Houd het popje altijd bij je. Vertel niemand over haar. Geef haar te eten als ze honger heeft. Dit is mijn zegen voor jou, mijn dochter'. Toen vloog haar adem door haar lippen naar buiten en ze stierf.

 

Vasalisa en haar vader treurden heel lang. Maar zoals dat gaat, huwde de vader na verloop van tijd een weduwe met twee dochters. Zolang Vasalisa's vader in de buurt was, waren ze aardig en beleefd tegen haar, maar achter hun glimlach hadden ze iets ratachtigs dat de vader niet opmerkte. Wanneer ze met Vasalisa alleen waren, kwelden ze haar, lieten ze zich door haar bedienen en hard werken. Ze hoopten dat haar mooie huid daardoor geschonden zou worden, want wat waren ze jaloers op haar lieflijkheid. Ze was hulpvaardig en klaagde nooit, terwijl de stiefmoeder en de stiefzusters met elkaar ruzie maakten als ratten op een mestvaalt.

 

Op een dag konden ze Vasalisa niet meer verdragen: al die liefheid en schoonheid! 'We laten het vuur uitgaan, en dan sturen we Vasalisa het bos in naar de heks Baba Yaga, om vuur te vragen voor onze haard. En als ze bij Baba Yaga komt, nou, dan zal die haar doden en opvreten!' Dat deden ze: Vasalisa werd naar de Yaga gestuurd, het donkere woud in. Het bos werd donkerder en donkerder en takken kraakten onder haar voeten. Ze werd bang. Toen ze haar handen in haar schortzakken stak, voelde ze daar het popje dat ze van haar moeder had gekregen. Ze voelde zich al beter bij het aanraken ervan. Bij iedere tweesprong vroeg Vasalisa het popje: moet ik linksaf of zal ik rechts gaan? Het popje liet haar weten: deze kant. Of die kant. En Vasalisa gaf het popje onder het lopen steeds stukjes van haar brood en deed wat het popje zei.

 

Plotseling galoppeerde er een man in het wit op een wit paard voorbij en het werd dag. Even later stapte er een man in het rood op een rood paard voorbij en de zon kwam op. Vasalisa liep de hele dag door en net toen ze het huisje van Baba Yaga zag, kwam er een ruiter in het zwart op een zwart paard aandraven die regelrecht Baba Yaga's hut binnenreed. Snel werd het avond.

 

Baba Yaga zag er heel afschrikwekkend uit, en ze vloog rond in een vijzel die op eigen kracht vloog. Haar lange grijze haar wapperde achter haar aan en haar nagels waren dik en geribbeld. Nog vreemder was haar hut: het had twee enorme, geschubde kippenpoten, liep op eigen kracht en draaide zich soms om als een danser. De sloten op de deur en luiken waren van mensenbotjes gemaakt en het slot op de voordeur had puntige tanden. De omheining van schedels en botten die om de hut stond gloeiden in het donker waardoor de omgeving met een spookachtig schijnsel werd verlicht.

Vasalisa vroeg aan het popje: is dit het huis wat we zoeken? en het popje antwoordde: ja, dit is wat je zoekt.
Maar voor ze een stap richting het huisje kon doen, riep Baba Yaga met snerende stem: 'En wat wil jij?'

Vasalisa zei bevend: ' Grootmoeder, ik kom vuur halen. Onze haard is uitgegaan en mijn familie zal sterven als er geen vuur is.' De Yaga snauwde: ' O ja, ik ken jou en je familie wel. Nou, waardeloos kind, je hebt het vuur uit laten gaan, dat is erg onverstandig. En waarom denk je dat ik jou vuur zal geven? ' Vasalisa raadpleegde haar popje en antwoordde: 'Omdat ik het vraag.' Baba Yaga mompelde tevreden: 'Je hebt geluk, dat is het juiste antwoord.  Maar ik kan je onmogelijk vuur geven als je er niet voor gewerkt hebt. Ik geef je een aantal taken en als je die goed doet, dan geef ik je vuur. En anders.... zul je sterven. '

 

Baba Yaga liep mopperend haar hut binnen en beval Vasalisa haar het eten te geven dat in de oven stond. Het was genoeg voor tien mensen en de Yaga at het allemaal op. Het meisje kreeg alleen maar een klein korstje brood en een klein kopje van de soep. 'Was mijn kleren, veeg het erf en het huis, maak mijn eten klaar en scheid dan vervolgens de beschimmelde mais van de goede mais. Zorg dat alles in orde is, ik kom later terug om je werk te controleren. Als het niet klaar is, zal ik je lekker opeten.' En daarop vloog de Yaga weg in haar ketel en het werd weer avond.

Vasalisa vroeg aan haar popje: wat moet ik doen? Kan ik alles op tijd afmaken? Het popje stelde haar gerust en zei dat ze het kon. Ze zei ook dat ze wat moest eten en daarna moest gaan slapen. Vasalisa gaf het popje ook wat te eten en ging slapen.

 

's Ochtends was al het werk gedaan door het popje. Toen de Yaga terugkwam en zag dat alles af was (en ze Vasalisa niet kon bemopperen) zei ze; 'Je hebt geluk gehad.' Toen ging ze zitten om te eten. Er verschenen 2 handen in de lucht die het mais maalden. Daarna gaf de Yaga Vasalisa opdracht om de volgende dag weer hetzelfde te doen en wees op de berg aarde in een hoekje. 'In die hoop aarde zitten miljoenen maanzaadjes. Ik wil één stapel zaadjes en één stapel aarde, allemaal van elkaar gescheiden. Heb je dat begrepen? ' Vasalisa raakte nu toch wel lichtelijk in paniek, maar vroeg weer aan het popje wat ze moest doen. Die stelde haar weer gerust en zei dat zij er voor zou zorgen.

 

En zo gebeurde het. Vasalisa ging slapen en de volgende ochtend was weer alles gedaan. Toen Baba Yaga thuiskwam sprak ze sarcastisch: 'Zó! Je boft dat je alles hebt kunnen doen!' en ging zitten eten. Weer verschenen er twee handen, die de zaadjes tot olie persten. Vasalisa vroeg zachtjes: 'Mag ik een paar vragen stellen?'

'Vraag maar,' zei de Yaga, 'maar bedenk wel dat te veel kennis een mens te vroeg oud kan maken.

Vasalisa vroeg naar de witte man op het witte paard. 'Aha,' zei de Yaga teder, 'de eerste is mijn dag'.
'En de rode man op het rode paard?' 'Dat is mijn Opgaande Zon.' 'En de zwarte man op het zwarte paard?' 'Ah ja, dat is mijn Nacht.' 'Ik begrijp het,' zei Vasalisa.

'Kom kom kind, heb je niet nog een paar vragen? zei de Yaga vleiend.

Vasalisa stond op het punt te vragen naar de handen die in de lucht verschenen, maar het popje in haar zak begon op en neer te springen en dus zei Vasalisa: 'Nee Grootmoeder, zoals u zelf zegt, door teveel te weten kun je te vroeg oud worden.' 'Hoe kom jij zo wijs voor zo'n jong kind?' vroeg de Yaga. 'Door de zegen van mijn moeder', antwoordde Vasalisa. 'Zegen?!, krijste Baba Yaga, 'Zegen?! Wij hebben hier in dit huis geen zegen nodig. Je kunt maar beter vertrekken, Dochter!' Ze duwde Vasalisa naar buiten. 'Hier', riep ze, en ze pakte een schedel met gloeiende ogen van haar omheining en stak hem op een stok. 'Hier, neem deze schedel mee naar huis. Hier heb je je vuur. Zeg niks meer en ga nu maar.'

 

Vasalisa wilde de Yaga bedanken maar ook nu begon het popje in haar zak op en neer te springen om haar te waarschuwen, dus ze besefte dat ze het vuur gewoon aan moest nemen en weg moest gaan. Ze rende door het donkere bos terug naar huis, met de schedel voor zich uit op de stok. Het vuur scheen fel uit de oogkassen, de neus en de mond en dat zag er toch wel beangstigend uit, dus ze had hem bijna weggegooid. De schedel echter stelde haar gerust en ze vervolgde haar weg naar huis.

 

Daar dachten de stiefmoeder en stiefzusters dat Vasalisa ondertussen allang dood was, en opgeruimd stond netjes.

Vasalisa kwam dichterbij het huis, en toen de stiefmoeder en stiefzusters zagen dat zij het was, renden ze naar haar toe en zeiden dat ze zonder vuur hadden gezeten sinds ze vertrokken was. Het vuur was steeds uitgegaan, hoe ze ook hun best hadden gedaan het aan te maken. Vasalisa ging met een triomfantelijk gevoel het huis binnen, want ze had de gevaarlijke reis overleefd en het vuur meegebracht voor haar huis. Maar de schedel op de stok hield de stiefmoeder en de stiefzusters nauwlettend in de gaten en verbrandde hen, en 's ochtends was er van het boze drietal alleen maar een hoopje as over.

 

gebaseerd op de versie van Clarissa Pinkola Estés, in haar boek 'De Ongetemde Vrouw', hoofdstuk 3 Het herstellen van de intuïtie als inwijding